De zee

Vandaag stond ik in de zee in Jávea. De temperatuur van het water was eigenlijk iets te koud en de golven iets te hoog maar de zee en ik kennen elkaar al wat langer dus ik liep verder het water in.

Ik groeide op in Den-Helder: mannenstad bij uitstek waar het maar om een ding draaide: de marine. Ik zwierf als meisje over kades, op boten, in de haven en droomde van de wilde reizen die mijn vader als marineofficier maakte. De geur van de zilte zee, de smaak van marinenasi. Dat, samen met de krachtige golven en de straffe wind maakte van mij een meisje dat het daar prettig vond in die mannenwereld.

Rond mijn negende verhuisden we naar Delft en daar werden de scheuren van het huwelijk van mijn ouders voor mij zichtbaar. Ik kon niet vluchten naar de zee en het duurde dan ook niet lang tot ik mij gevangen voelde in een nieuwbouwwijk met ruziënde ouders. Daar in Delft was ook alles verkeerd aan mij: mijn accent, mijn kleding, mijn houding. Thuis drama en op school alleen; ik voelde mij een vreemde eend in de bijt.

Het duurde niet lang tot we teruggingen naar Den-Helder, dit keer zonder mijn vader. We gingen wonen op de Kanaalweg en mijn slaapkamerraam keek uit op de dijk met daarachter de krachtige zee. Alles was veranderd. Ik was niet langer die sterke dochter van de marineofficier maar de enige met gescheiden ouders in mijn klas. Mijn accent was veranderd, ik droeg andere kleding en mijn houding was die van een beschadigd meisje. Thuis en op school voelde ik mij alleen. Verloren.

Dagen-, wekenlang liep ik over de dijk. Ik huilde mijn tranen op, schreeuwde mijn stem weg en vocht tegen de kracht van de zee. Ik zag dezelfde marineschepen voorbijgaan, wandelde door dezelfde haven en zag dezelfde gezichten maar door het gemis van mijn vader kreeg alles een andere betekenis. Ik ging mij verzetten tegen de marine, de mannenwereld en ik denk dat ik daar toen op twaalfjarige leeftijd heb besloten dat ik de moeite niet waard was.

In de jaren tussen toen en nu veranderde er veel qua omgeving en personages. Mijn beide ouders hertrouwden, mijn broer kreeg een gezin en ik probeerde het twee keer met een eigen gezin. Vrienden kwamen, verdwenen en sloten zich aan. Spijkenisse, Rotterdam-Noord, Hillegersberg en Nieuw-Terbregge. Een camper waarmee we heel Europa  doorkruisten, een eilandje op Vinkeveen. Alles veranderde maar een ding bleef hetzelfde: het verloren gevoel over mezelf. Ik voelde me niet genoeg. Ik was de moeite niet waard.

Vandaag stond ik in de zee in Jávea en de golven probeerden me krachtig omver te duwen. Ik moest me schrap zetten en toen waren ze daar: duizenden tranen. Alle verdriet om mijn overleden vader, mijn verloren relatie en vriendschappen. Tranen om mezelf, om de afgelopen 32 jaar waarin er geen dag voorbij ging zonder dat ik mezelf de moeite niet waard vond. De zee beukte keihard tegen mij aan en toen ik mezelf voelde wankelen en er een kreet uit mijn diepste omhoog kwam, zag ik dat de allergrootste raadgever, mijn allerliefste vriend daar was: de zee.

Leven: beuk maar tegen mij aan, probeer me maar omver te duwen. Ik stap morgen het vliegtuig in met het grootste cadeau dat ik mezelf kan geven: ik ben fokking wel de moeite waard.

 

2 Replies to “De zee”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *